Waarom een training van één dag onvoldoende kan zijn voor blijvend leren
Waarom een training van één dag onvoldoende kan zijn voor blijvend leren
Een trainingsdag kan intensief zijn: in acht uur kan enorm veel informatie worden behandeld. Maar juist daarin zit een risico. Veel informatie in korte tijd betekent niet automatisch langdurige kennis.
De illusie van beheersing
Aan het einde van een training kunnen deelnemers vaak goed antwoorden: de informatie staat nog vers in het geheugen. Dat kan de indruk geven dat de leerdoelen zijn bereikt, maar onmiddellijke beheersing is niet hetzelfde als langetermijnretentie. Er is een belangrijk verschil tussen prestatie tijdens het leren en prestatie na verloop van tijd, zoals ook blijkt uit de vergeetcurve.
Wat gebeurt er na de trainingsdag?
Na de training komt de medewerker terug in zijn normale werkomgeving: e-mails, vergaderingen, deadlines, klanten, collega's, nieuwe informatie en andere prioriteiten. De nieuwe kennis concurreert met alles wat daarna gebeurt. Wanneer de kennis niet opnieuw wordt geactiveerd, kan deze steeds moeilijker beschikbaar worden.
Een training is een startpunt
Dat betekent niet dat een eendaagse training slecht is, integendeel. Een intensieve trainingsdag kan zeer effectief zijn voor introductie, kennisopbouw, oefenen, feedback, interactie en sociale leerervaring. Het probleem ontstaat wanneer de trainingsdag wordt gezien als het volledige leerproces in plaats van het begin ervan.
Wat gebeurt er als je een vervolg toevoegt?
Vergelijk twee modellen. In het eerste model staat alleen een trainingsdag. In het tweede model volgt op de trainingsdag twaalf weken korte follow-up, bijvoorbeeld met retrieval-vragen, scenario's, korte opdrachten, herhaling en feedback. Je verandert de hoeveelheid training daarbij niet noodzakelijk drastisch: je verandert vooral de spreiding.
Een medewerker hoeft niet iedere week opnieuw een uur te leren. Een korte activiteit kan al voldoende zijn om iemand opnieuw over het onderwerp te laten nadenken, bijvoorbeeld: 'je hebt tijdens de training geleerd hoe je situatie X moet aanpakken, wat is stap 1?' Dat kost misschien één minuut, maar het vraagt wel om actief ophalen, zie ook retrieval practice.
Denk in weken, niet in dagen
Een training is vaak georganiseerd rondom één agenda, bijvoorbeeld maandag negen tot vijf. Een retentiestrategie denkt anders: week 1, week 2, week 4, week 8, week 12. Dat is een fundamenteel ander perspectief, waarbij de vraag wordt hoe je het leerproces over tijd ontwerpt.
Wanneer is een eendaagse training wél voldoende?
Dat hangt af van het leerdoel. Voor eenvoudige informatie kan één sessie soms voldoende zijn. Voor complexe vaardigheden, veiligheidskritische kennis of gedrag dat langdurig moet worden toegepast, is aanvullende oefening of herhaling vaak logischer. Er bestaat dus geen universele regel dat iedere training twaalf weken moet duren: het ontwerp moet aansluiten bij complexiteit, risico, frequentie van toepassing, voorkennis en de gewenste retentieperiode.
Het 1+12-model
Voor trainingsorganisaties kan een eenvoudig commercieel model interessant zijn: één dag training, gevolgd door twaalf weken kennisretentie. De trainingsdag blijft het kernproduct, de twaalf weken vormen de onderhoudsfase, bijvoorbeeld vijf minuten per week. Zo ontstaat een leertraject dat veel langer doorloopt zonder dat de medewerker iedere week een volledige cursus hoeft te volgen. Dat is exact het model waarmee Stiqqo trainingsbureaus helpt.
Conclusie
Een eendaagse training hoeft niet het probleem te zijn. Het probleem ontstaat wanneer we aannemen dat leren stopt wanneer de training eindigt. Een effectiever ontwerp bestaat uit intensief leren, gespreid ophalen, toepassen, meten en bijsturen. De trainingsdag is dan geen eindpunt, het is het startschot.