MethodeVoor opleidersVoor organisatiesPrijzenOns verhaalNieuwsContact
Vraag demo aan

De vergeetcurve: waarom kennis snel kan verdwijnen na een training

Leerwetenschap

De vergeetcurve: waarom kennis snel kan verdwijnen na een training

11 december 2025·5 min leestijd

Je hebt het waarschijnlijk zelf meegemaakt: je leert iets nieuws, op het moment zelf lijkt het logisch, een paar dagen later weet je het nog, en een paar weken later moet je er ineens opnieuw over nadenken. Dat verschijnsel wordt vaak beschreven met de forgetting curve, oftewel de vergeetcurve.

Wat is de vergeetcurve?

De vergeetcurve beschrijft de relatie tussen tijd en het beschikbaar blijven van herinneringen. Het klassieke onderzoek van Hermann Ebbinghaus naar vergeten dateert uit de negentiende eeuw en is later opnieuw onderzocht en gerepliceerd, onder meer door Murre en Dros (2015). De precieze vorm van de curve en de toepasbaarheid op echte leercontexten zijn daarbij genuanceerder dan veel populaire afbeeldingen suggereren: de bekende claim van '90% vergeten na drie dagen' moet je niet als universele wet behandelen. De snelheid waarmee iemand iets vergeet hangt af van onder meer de inhoud, voorkennis, betekenis, moeilijkheid en wat er ná het leren gebeurt. Het praktische principe blijft echter relevant: kennis die niet opnieuw wordt opgehaald, wordt moeilijker toegankelijk.

Waarom is dit belangrijk voor trainingen?

Een training is vaak een intensief leermoment, maar daarna keert de medewerker terug naar de normale werkomgeving. Daar komen nieuwe informatie, nieuwe taken en nieuwe prioriteiten bij. Als de kennis vervolgens nauwelijks opnieuw wordt gebruikt, neemt de beschikbaarheid ervan af. Dat betekent niet dat de kennis volledig verdwenen is, maar het kan wel moeilijker worden om die zelfstandig terug te halen, zie ook waarom medewerkers na een training zoveel vergeten.

Benieuwd naar de wetenschappelijke basis achter Stiqqo?

De oplossing: herhalen op het juiste moment

Twee principes uit de leerwetenschap zijn hier relevant. Spacing houdt in dat herhaling wordt verdeeld over verschillende momenten in plaats van direct achter elkaar. Retrieval practice houdt in dat medewerkers actief proberen informatie uit hun geheugen op te halen, in plaats van deze opnieuw te lezen. Beide principes kunnen worden ingezet om kennis na een training actief te houden, zie ook hoe vaak je kennis eigenlijk moet herhalen.

Denk niet in extra trainingsdagen

Een veelgemaakte denkfout is: als kennis verdwijnt, moeten we meer trainen. Dat hoeft niet. Een betere vraag is hoe je de bestaande training kunt versterken met korte vervolginterventies, bijvoorbeeld vijf minuten per week in de vorm van een vraag, scenario, quiz of korte opdracht. Daarmee wordt het leerproces verspreid over een langere periode in plaats van geconcentreerd op één dag. Dit is exact het mechanisme achter Stiqqo: wekelijkse kennisactivatie van vijf minuten die inspeelt op precies dit principe.

Conclusie

De vergeetcurve is geen exacte voorspelling van hoeveel procent kennis een individuele medewerker op een bepaald moment nog bezit, daarvoor is leren te complex. Maar het onderliggende probleem is relevant: kennis die niet opnieuw wordt gebruikt of opgehaald, kan moeilijker toegankelijk worden. Daarom verdient de periode ná een training structurele aandacht, net als de trainingsdag zelf.

Benieuwd naar de wetenschappelijke basis achter Stiqqo?

Lees ook
De 7 principes van kennisretentie
Waarom vergeten medewerkers zoveel na een training?
Hoe vaak moet je kennis herhalen om het te onthouden?
← Nieuws & Inzichten

Benieuwd naar de wetenschappelijke basis achter Stiqqo?