De forgetting curve in de praktijk: wat betekent vergeten voor bedrijfsopleidingen?
De forgetting curve in de praktijk: wat betekent vergeten voor bedrijfsopleidingen?
De term forgetting curve komt regelmatig voorbij in artikelen over training en leren, vaak met een grafiek die steil naar beneden loopt. Daaruit wordt dan geconcludeerd dat medewerkers het grootste deel van hun training binnen enkele dagen vergeten. Dat is een te eenvoudige voorstelling van zaken: de vergeetcurve is interessant, maar de praktische toepassing voor bedrijfsopleidingen vraagt om nuance.
Even kort: wat is de forgetting curve?
De forgetting curve verwijst naar het onderzoek van Hermann Ebbinghaus naar het vergeten van geleerde informatie, en vormde een belangrijke basis voor later geheugenonderzoek. Maar de vaak gebruikte internetgrafiek moet niet worden gelezen als een universele voorspelling van het percentage kennis dat iedere medewerker op ieder moment vergeet: mensen leren verschillende soorten informatie onder verschillende omstandigheden. We gaan hier dieper in op wat dat concreet betekent voor bedrijfsopleidingen.
Herkennen versus herinneren
Stel dat je een oud trainingsdocument opent en een procedure ziet: je denkt 'oh ja, dat weet ik nog'. Dat is herkenning. Maar stel dat je het document weglegt en jezelf de vraag stelt welke drie stappen je moet volgen. Nu moet je herinneren. Die twee prestaties kunnen behoorlijk verschillen, en voor kennisretentie is juist dat zelfstandig ophalen interessant.
Wat betekent dit voor trainingen?
De praktische les uit onderzoek naar geheugen is niet 'iedereen vergeet zijn training'. De betere les is: als kennis belangrijk blijft, ontwerp dan momenten waarop die kennis opnieuw wordt opgehaald en gebruikt. Daarmee verschuift de focus van angst voor vergeten naar actief kennisonderhoud.
De eerste weken zijn belangrijk, maar niet magisch
Het is logisch om kort na een training een vervolgactiviteit te plannen, bijvoorbeeld een eerste kennischeck in week 1, een vervolg in week 2, een nieuwe toepassing in week 4 en een retentiemeting in week 8 of 12. Maar er is geen reden om te doen alsof precies één bepaald schema wetenschappelijk optimaal is voor iedere training: het juiste interval hangt af van de gewenste retentie en de aard van de kennis. Onderzoek naar spacing ondersteunt juist het idee dat de optimale intervallen afhankelijk zijn van de gewenste retentieperiode.
De forgetting curve is geen probleem dat je moet verslaan
Een betere manier om ernaar te kijken: vergeten is onderdeel van het leerproces, en het trainingsontwerp moet daar rekening mee houden. Je kunt kennis opnieuw ophalen, toepassen, koppelen, oefenen, toetsen en contextualiseren, waardoor het leerproces actief wordt voortgezet in plaats van dat je afwacht tot vergeten toeslaat.
Wat betekent dit voor HR?
Voor HR en L&D is de belangrijke vraag niet 'is de training geëvalueerd?', maar 'wat gebeurt er met de kennis?' Dat kan leiden tot een andere set KPI's: retentie na 30 dagen, retentie na 90 dagen, toepassing, fouten, gedrag en praktijkresultaten, uitgebreider beschreven in 10 KPI's om kennisretentie te meten.
Een illustratief voorbeeld
Stel dat 100 medewerkers een compliance-training volgen. Direct na de training is de gemiddelde kennisscore 90%, na 30 dagen 78%, na 60 dagen 74%, en na een korte retentie-interventie 82%. Deze precieze cijfers zijn hier slechts een illustratief voorbeeld, geen onderzoeksresultaat, maar ze laten wel zien wat je kunt meten: niet alleen of iemand heeft geleerd, maar hoe de kennis zich over tijd ontwikkelt.
En daar ontstaat een commerciële kans
Voor trainingsbureaus betekent dit dat een training niet noodzakelijk hoeft te eindigen bij de evaluatie. Je kunt een vervolg aanbieden van training, retentieprogramma, meting en rapportage. Dat verandert de dienstverlening van een eenmalige gebeurtenis naar een langer leertraject, precies het model achter Stiqqo.
Conclusie
De forgetting curve moet niet worden gebruikt als marketingtruc met spectaculaire percentages. Het echte inzicht is veel interessanter: kennis verandert over tijd, en leerontwerp kan rekening houden met die verandering. Daarom hoort bij een training een antwoord op de vraag wat er gebeurt wanneer de training voorbij is. Dat is waar kennisretentie begint.